2
Omdat geen enkel plan slaagt zonder betrouwbare vleugelspelers, had ik mijn beste vrienden, Emelie en Matthew, ingeschakeld. Helaas was Emelie tegen de tijd dat we bij The Phoenix aankwamen, dronken. De koningin van het indrinken had bij mij thuis bijna een hele fles rode wijn achterovergeslagen en probeerde ons nu mee te laten doen aan een rondje shots. En om de een of andere reden die Matthew alleen zelf kende, moedigde hij haar aan. In het algemeen dronk ik niet. Katers kon ik in mijn werk niet echt gebruiken: modellen of beroemdheden zaten niet te wachten op een visagiste die naar gin stonk en een uur lang in hun gezicht stond te ademen, en vloeibare eyeliner aanbrengen als je brak bent van de drank zou ik niemand aanraden. Toch kan ik vrij goed tegen drank, ik word er eerder vrolijk van dan emotioneel en negen van de tien keer lukt het me om mijn kebab binnen te houden. Emelie echter was niet gezegend met dit talent. Ondanks het feit dat ze wist dat ze nauwelijks een shandy kon drinken zonder de hele nachtbus onder te kotsen, gaf ze het nooit op. Verbazingwekkend hardnekkig, dat meisje.
‘Kom op, Ray, het is vrijdag,’ zei ze, zwaaiend met een shotglaasje waar een dikke, plakkerig uitziende likeur vanaf droop. ‘En je weet het: drank geeft moed.’
‘Eén glaasje,’ zei ik, meer als een bevel aan haar dan als belofte aan mezelf. De sambuca brandde in mijn keel na en tegen de tijd dat ik mijn ogen weer open kon krijgen had ze al een tweede rondje besteld. Jammer voor haar, maar dit werd geen avond waarop ik haar haar op haar rug vasthield terwijl zij de halve Burger King onderbraakte.
‘Als je me met haar achterlaat, doe ik je wat,’ zei Matthew, die mijn gedachten kon lezen. Ik haalde mijn schouders op en probeerde niet te lachen. Hij was eigenlijk dol op haar. Matthew (géén Matt) en ik waren al bevriend vanaf de tijd dat hij was weggelopen bij een college waarin een theorie werd gedebiteerd over homoseksualiteit die hij ‘helemaal ruk’ noemde.
Als zijn toen kersverse huisgenote voelde ik me verplicht achter hem aan te gaan en we brachten die middag, avond en een groot stuk van de vroege ochtend eensgezind door met bier en het verzinnen van onze eigen theorie over homoseksualiteit. Die van mij berustte op het idee dat mannen gewoon lustdieren waren, en die van Matthew op zijn overtuiging dat hij ‘zou moeten braken’ als hij ‘een vagina moest aanraken’. Beide opvattingen werden geschraagd door bewijzen. Daarna werden we vrienden voor het leven. Het was een win-winsituatie – ik hoefde nooit bang te zijn dat hij probeerde me in bed te krijgen en hij had een vriendin met wie hij op de proppen kon komen om zijn grootmoeder gelukkig te maken. Zijn moeder wist volgens hem al vanaf zijn geboorte dat hij homo was, maar zijn grootouders waren niet zo ruimdenkend. Wat waarschijnlijk de reden was waarom hij een nauwsluitend, knalroze t-shirt droeg op de begrafenis van zijn grootvader.
De arme schat had het als kind niet gemakkelijk gehad. Zijn vader was er voor zijn geboorte vandoor gegaan en pas een jaar geleden was hij weer komen opdagen, vlak voordat hij het aardse ongerief voor gezien hield en Matthew een fortuin naliet, waarmee hij hem in staat stelde zijn baan als steward op te zeggen en de afgelopen twaalf maanden in Londen rond te lummelen zonder enig doel in het leven. Ook zonder geld was hij niet mis, hoe je het ook bekeek. Hij was enorm lang, bijna een meter negentig, en bovendien breedgebouwd. Zijn dikke blonde haarlokken vielen tot in zijn donkerblauwe ogen en hij was altijd bruin, ondanks mijn voortdurende waarschuwingen voor zonnebanken. Uiterlijk hield hij het midden tussen de Arische droom van Hitler en de natte droom van Louis Walsh. Qua persoonlijkheid had hij meer van een fascistische dictator dan van Gary Barlow. Dat was ongeveer de reden waarom ik zo dol op hem was. En ook omdat hij bij me thuis kwam om spinnen dood te maken als Simon niet in de buurt was.
Het was nog vroeg, net halfelf geweest, maar het was al druk in het café. Verderop in een donker hoekje van de kleine, zweterige kelder stonden mijn broer en zijn vrienden te koeren over de collectie platen van een gast-dj om te beslissen welke ze zouden draaien. Ik stak mijn hand op toen hij opkeek. Ze hielden elke maand zo’n avond, voornamelijk om in de buurt van de dj rond te kunnen hangen en indruk te maken op de meisjes. Wat jongens al niet deden om een meisje in bed te krijgen. Zei het meisje dat nog geen comfortabele houding had weten te vinden na haar speculatieve Brazilian wax.
‘Heb je Paul al gedag gezegd?’ vroeg Em terwijl ze het tweede rondje uitdeelde en met grote puppyogen naar mijn broer keek. ‘Moeten we eigenlijk wel doen.’
Ik gooide het shotglaasje achterover en huiverde. ‘Moesten we eigenlijk niet doen,’ vond ik. ‘Ik bedoel, jij zou het niet moeten doen. Echt, Em. Nee.’
‘Ik zeg alleen dat we hem even gedag moeten zeggen,’ zei Em, terwijl ze afwezig een druppel sambuca van haar pink likte, zonder in de gaten te hebben dat elke man in de bar zat te popelen om dat voor haar te kunnen doen. ‘Alsof ik iets met jouw broer zou willen.’
Emelie en ik wisten zo ongeveer alles van elkaar. We vertrouwden elkaar onze geheimen toe. Ze wist dat ik mijn maagdelijkheid was kwijtgeraakt op mijn tweeëntwintigste. Ze wist dat ik ’s nachts niet kon slapen als ik niet wist waar de teddybeer uit mijn kinderjaren was. Ze wist dat ik per ongeluk Matthews kat had overreden toen ik op hem had moeten passen. Ik wist dat zij als kind een aantal jaar had geschitterd in een Canadees kinderprogramma op tv. Ik wist dat ze in het eerste jaar aan de universiteit een zwangerschapstest had gedaan nadat ze zich in het geniep na het Halloweenfeest had laten bepotelen door John Donovan. En ik wist dat ze al een oogje had op mijn broer vanaf het moment dat hij me in het tweede studiejaar was komen halen voor de kerstvakantie.
Het was eigenlijk belachelijk – Emelie was beeldschoon. Ik werkte dag in, dag uit met supermodellen, maar toch vond ik haar beeldschoon. Met haar gemiddelde lengte, gemiddelde bouw en iets meer dan gemiddelde borsten, zou je haar van achteren misschien nog inschatten als een doorsnee meisje, maar als ze zich omdraaide stond je perplex. Ze had prachtig lang en dik kastanjebruin haar en knettergroene ogen die omzoomd werden door de dikste, wapperigste wimpers sinds Bambi. Ze was altijd onberispelijk gekleed en zelfs in een vuilniszak zou ze er nog sexy uitzien. En of dat nog niet genoeg was, was ze opgegroeid in Montreal en had ze, zelfs na tien jaar Londen, nog een aanbiddelijk zangerig Frans-Canadees accent dat hoorbaar werd als ze gespannen of boos was. Of als ze op de versiertoer ging. Ze was echt een stoot. Helaas voor de mannen was ze totaal onbereikbaar.
Ik was al niet meer single geweest vanaf mijn zestiende, maar Em had eigenlijk nog nooit een serieuze relatie gehad. Niet dat het haar ontbrak aan aanbidders, die werkte ze weg zoals ik achter elkaar een zak chips leegeet, maar het duurde nooit langer dan een paar weken. Ze vonden haar te leuk, ze vonden haar niet leuk genoeg, ze waren te rijk en te protserig, ze waren te arm en te saai. Niemand maakte kans. Ze had het er altijd over dat ze op zoek was naar de ware, dat ze het meteen zou weten als ze hem zag, en dat het geen zin had om tijd te verspillen met sukkels, maar Matthew had een andere theorie: dat ze zo hopeloos verliefd was op die hoerige broer van me dat niemand anders een kans bij haar maakte. Zoals altijd met psychologie van de kouwe grond, was dat geen verkeerde inschatting. Helaas had mijn broer niet het lef om met haar een relatie te beginnen. Paul wijdde zich met trots en overgave aan zijn doelloze vrouwenjacht en hoewel hij zijn bedoelingen ten aanzien van Emelie door de jaren heen volkomen duidelijk had gemaakt, had ik er bij elke gelegenheid een stokje voor gestoken. Mijn beste vriendin zou niet voorkomen op zijn lijst met veroveringen. Niet dat er nog veel ruimte was op die lijst. Ach, universum, waarom heb je me omringd met zoveel hoerige mannen?
‘Heb je die e-mail van de universiteit ontvangen?’ Ik ging op een ander onderwerp over en probeerde intussen mijn haar achter mijn oren te krijgen. Het was gewoon Zo’n Enorme Bos Haar. ‘Over die reünie?’
‘Heb ik ontvangen, gelezen en gewist,’ knikte Matthew, en hij haalde mijn haar achter mijn oren vandaan. ‘Ze willen gewoon geld.’
‘Niet te geloven dat we tien jaar geleden zijn begonnen.’ Emelie probeerde de aandacht van de barman te trekken voor een fatsoenlijk drankje. Gelukkig was de barman een vrouw, dus duurde het wat langer dan de gebruikelijke drie seconden. Bijna een halve minuut voordat er een fles witte wijn voor ons werd neergezet. ‘Het voelt als tien minuten geleden.’
‘En moet je jullie twee nu eens zien,’ zei Matthew, en hij legde een arm om Em heen om haar bij de bar vandaan te halen. ‘Een topvisagiste en een supersuccesvolle… hoe moeten we dat precies noemen?’
Ze trok een grimas en wurmde zich uit zijn houdgreep. ‘Ik ben grafisch kunstenaar.’
‘Wat?’
‘Ze heeft iets getekend wat iemand op een hoop producten heeft gezet en toen hebben een hoop kleine meisjes het gekocht,’ legde ik Matthew uit. ‘Een tekening van een kat.’
‘Ik snap het.’ Hij knipte met zijn vingers en wees, zonder acht te slaan op het not amused-gezicht dat Em trok. Zoals altijd. ‘Jij bent degene die kinderen hun zakgeld aftroggelt.’
‘Jullie kunnen allebei het dak op, ik ben grafisch kunstenaar,’ begon ze verdedigend. ‘En Kitty Kitty is geen getekende kat, het is een merk. En het is een van de meest succesvolle tween-merken in het Verenigd Koninkrijk.’
‘Tween,’ meesmuilde Matthew. ‘Hou op met die zelfverzonnen woorden.’
‘We weten het, Em.’ Ik haalde mijn Kitty Kitty-portemonnee tevoorschijn en zwaaide ermee voor haar gezicht om mijn woorden kracht bij te zetten voordat ze Matthew de volle laag gaf. ‘Hij is jaloers omdat hij werkloos is.’
‘Ik ben met sabbatical,’ corrigeerde hij me. Hij kreeg een lege bank in het oog en met drie grote stappen over de dansvloer liep hij erheen om hem in te pikken voordat een groep meisjes hun handtas op de tafel kon slingeren. ‘Je bent alleen maar werkloos als je blut bent.’
‘Kom je daar nu alweer mee?’ vroeg Em quasi-onschuldig.
Matthew sloot zijn ogen en greep de brug van zijn neus tussen duim en wijsvinger. Zijn ‘ik ben volkomen rustig’-pose. ‘Ik neem een tijdje vrijaf tot ik erachter ben wat ik wil gaan doen.’
‘Al een jaar,’ zei Em, bepaald niet volkomen rustig.
‘Al een jaar,’ herhaalde hij scherp terwijl hij haar recht aankeek. ‘Misschien moet ik gewoon een stomme kat tekenen en die op lunchboxen plakken in plaats van iets waardevols doen.’
‘En mensen kip of pasta voorzetten op twaalf kilometer hoogte was wel waardevol?’ snauwde Em terug.
‘Nee, tuttebel, daarom neem ik toch een sabbatical!’
‘Al een jaar…’
‘Jongens,’ zei ik luid, ‘kan het wat zachter?’
Matthew kneep zijn ogen tot spleetjes en Em stak haar tong uit voordat ze zich allebei naar me omdraaiden en hun ruzie vergaten. Het gebeurde echt veel te vaak dat ik me net een juf op schoolreisje voelde. Dat was een van de redenen waarom ik Simon zo hard nodig had. Perfecte, volwassen, verstandige Simon. De enige in mijn wereld die me eraan herinnerde dat ik meerderjarig was. Nou ja, buiten mijn belastingaangifte dan, maar als het even kon rekende ik die twee liever niet tot dezelfde categorie.
‘Dus vanavond gaat het gebeuren?’ vroeg Em, terwijl ze de zoom van haar piepkleine zwarte Topshop-jurkje een centimeter omlaag trok. ‘Met Simon?’
‘Ja.’ Ik stopte mijn weerbarstige lokken weer achter mijn oren. ‘Vanavond gaat het gebeuren.’
‘Heb je een plan bedacht?’ vroeg Matthew, en hij haalde mijn haar weer achter mijn oren vandaan. ‘Je moet het niet achter je oren doen, dan ben je net een zielig muisje. En niemand wil seks met een zielig muisje.’
‘Bedankt.’ Ik keek kwaad naar de grond in plaats van naar mijn vriend en haalde diep adem. ‘En nee, ik heb geen plan. Ik ga gewoon wat drinken en met zijn vrienden kletsen, want je weet dat zijn vrienden dol op me zijn.’
Em en Matthew knikten bemoedigend. Zijn vrienden waren echt dol op me. Ik was het coole vriendinnetje. Dat het hilarisch vond dat ze na hun kerstfeestje naar nachtclub Spearmint Rhino gingen. Dat brood met bacon maakte op de ochtend nadat ze bij ons op de bank waren gecrasht. Dat begreep wat buitenspel betekende. Althans, ik tolereerde de stripclubs, smeerde brood om hen te laten ontnuchteren en deed net alsof ik wist wat buitenspel was. En het was echt niet nodig om over die feiten uit te weiden.
‘En dan neem je hem even apart om te zeggen dat hij de liefde van je leven is en dat die rustpauze je alleen maar heeft laten inzien hoe hard je hem nodig hebt en dat je kinderen van hem wilt?’ Beweren dat Emelie romantisch aangelegd was, zou nogal een understatement zijn.
‘Of neem je hem even apart om te zeggen dat hem een fantastische nacht te wachten staat en dat hij toegang krijgt tot voorheen verboden gebied?’ Matthew was heel wat minder romantisch.
‘Matthew, eerst jij. Gadverdamme. En Emelie, ik zit niet op je relatieadviezen te wachten.’ Ik wilde mijn haar weer achter mijn oren stoppen maar tot Matthews vreugde hield ik me net op tijd in. ‘Ik ga hem gewoon zeggen dat ik vind dat die pauze echt zijn nut heeft bewezen, dat ik veel tijd heb gehad om na te denken over wat ik wil en dat ik vind dat we nu klaar zijn voor de volgende stap.’
‘Kinderen?’
‘Anale seks?’
‘O god.’ Ik sloeg mijn handen voor mijn ogen, in de hoop dat die twee verdwenen waren als ik ze weer opendeed. Maar nee hoor. Ze stonden er nog. ‘Nee. Op beide vragen. Maar vooral op die van Matthew. Jezus.’
Matthew haalde zijn schouders op en nam een fikse slok wijn. ‘Ik wil alleen maar zeggen dat als je echt zijn aandacht wilt trekken…’
‘Ik geloof niet dat we al met grof geschut aan moeten komen,’ zei ik en ik keek voor de tienduizendste keer die avond op mijn horloge. Het was bijna elf uur. Waarom was hij er nog niet? Hij kwam altijd naar The Phoenix op de avonden dat Paul er was. ‘Ik ga hem gewoon voorstellen om te praten. We zijn al vijf jaar samen, we maken elkaars zinnen af, we horen gewoon bij elkaar.’
‘Ja, ja, alsof mannen op vrijdagavond echt zin hebben om te praten,’ zei Matthew tegen Em, die instemmend knikte.
‘Hij heeft gelijk,’ beaamde ze. ‘Ik bedoel, niet over die achteringang; hoewel, misschien heeft hij daar ook wel gelijk in. Mannen zijn rare wezens.’
‘Mijn plan lijkt me gewoon zinvoller,’ reageerde ik. ‘Simon is niet zo goed in geplande een-op-een-confrontaties. Dan denkt hij dat ik een beoordelingsgesprek ga houden. Ik wil niet dat hij het gevoel krijgt dat ik hem tot een diep en zinvol gesprek wil dwingen. Het wordt gewoon een terloops praatje van “hé hallo, hoe gaat het”, waardoor hij zich zal herinneren hoe fantastisch ik ben en hoe hij me mist, daarna gaan we naar huis voor te gekke seks en dat is het.’
‘En dan vergeet hij alle redenen voor die rustpauze en leven jullie nog lang en gelukkig?’ Matthew keek me aan en schudde zijn hoofd. ‘Wat een lulkoek, Rach.’
‘Ik waardeer jullie visie, echt waar.’ Ik stond op en plande mijn route naar de bar. Een drankje zou hun de mond snoeren. Het was niet mijn probleem als Em weer vijftig pond moest betalen om een taxi te laten schoonmaken. ‘Ondanks het feit dat een van jullie een ontzettende homo is en de ander geen relatie van langer dan twee weken heeft gehad sinds ze het drie jaar geleden uitmaakte met Adam Rothman in de Pizza Express omdat hij haar ijsje had opgegeten toen ze naar de wc was. Nog een wijntje?’
‘Hypersensitief.’ Matthew dronk zijn glas leeg. ‘Ja, graag.’
‘Nou, je ziet er goed uit,’ zei Em. ‘Ik bedoel, alsof je je best hebt gedaan.’
Ik onderdrukte de impuls om haar in haar gezicht te stompen. ‘Ik héb mijn best gedaan.’
‘En dat is te zien.’ Ze glimlachte me bemoedigend toe, alsof ze werkelijk dacht dat ze me zojuist een compliment had gegeven.
‘Ik geloof dat onze lieve vriendin je probeert duidelijk te maken dat je er nog fantastischer uitziet dan anders,’ corrigeerde Matthew haar. ‘Echt, je ziet er fabelachtig uit.’
Na alle kleren uit mijn kast op de grond van de slaapkamer te hebben gegooid, had ik gekozen voor een skinny jeans en een laag uitgesneden zwart topje, die allebei net strak genoeg zaten om voor sexy door te gaan zonder dat er iets van een vetrolletje in te zien was. Hoopte ik.
‘Ik weet dat je dit nu niet wilt horen, maar weet je het echt zeker?’ vroeg hij. ‘Dat je Simon terug wilt en zo?’
Briljant. We gingen Het Gesprek aan. Alweer. Matthew had Simon al in elkaar willen beuken vanaf het moment dat de pauze een feit was. Het was niet zo dat ik zijn loyaliteit niet waardeerde, maar ik wilde geen gespannen toestanden als we weer samen waren. Het is nooit leuk om degene te zijn die de ex vervloekt heeft als het vervolgens weer goed komt met het stelletje. Ik kon het weten, ik had die rol al vaker gespeeld.
‘We hoeven niet weer bij elkaar te komen, omdat we nooit uit elkaar zijn geweest,’ hielp ik hem herinneren. ‘Maar inderdaad, ik weet het zeker.’
‘We zijn alleen maar ongerust,’ zei Emelie, die haar meest betrokken gezicht trok. ‘Je bent de laatste tijd zo ongelukkig.’
O ja?
‘En moet je wel zo je best doen?’ Matthew staarde me zo intens aan dat ik niet kon reageren. ‘Hij zou je moeten smeken hem terug te nemen na dat gezeur over die “rustpauze”. Weet je zeker dat het niet beter voor je zou zijn als je van die tijdelijke breuk een permanente maakt?’
‘Ik weet het zeker,’ zei ik haastig. ‘Hij is mijn vriend. We hebben een flat. We gaan trouwen. We krijgen kinderen. Hoe vaak moeten we dit nog herhalen?’
‘Het zint mij gewoon niet dat je zielsverwant een maand in de logeerkamer slaapt om “een en ander op een rijtje te zetten”.’ Matthew was een fan van aanhalingstekens in de lucht. ‘Ik zeg niet dat je niet gelukkig bent geweest, maar nu ben je het in elk geval niet. Dingen veranderen, weet je, en dat is niet altijd verkeerd.’
‘Begin alsjeblieft niet over zielsverwanten.’ Dit was mijn minst favoriete onderdeel van het gesprek en we hadden het er al vaak genoeg over gehad. Matthew en Emelie waren allebei grote afnemers van romantische kaarten – hopeloos waren ze, die twee. ‘En het is nog geen maand geleden, dus niet overdrijven. Ik heb er geen probleem mee, dus dat zou jij ook niet moeten hebben. Hij had gewoon even wat tijd nodig om… je weet wel… iets uit te vogelen. Hij is toch beter dan die anderen?’
‘Ja, maar echt, lieverd, die anderen stelden ook wel heel weinig voor.’ Matthew bekeek zijn vingernagels om mijn blik te ontwijken. ‘Je hebt niet echt een goede smaak wat mannen betreft, weet je. Maar ik wil niet dat je je hier blind op staart alleen omdat het vertrouwd voelt.’
‘Mee eens,’ sprak Emelie, die een leeg wijnglas in haar hand geklemd hield. De gemakkelijkste uitweg was beslist de bar. ‘Er zijn veel te veel mensen die uit gewoonte bij iemand blijven als de uiterste houdbaarheidsdatum allang verstreken is.’
‘Dat is heel wat anders.’ Ik stond op en keek weer rond. Geen spoor van hem te bekennen. ‘Hij heeft een goede baan, hij wordt vast een geweldige vader, hij is geen eikel en ik hou van hem. Zo, wie wil er nog wat drinken?’
Emelie stak haar hand op.
Matthew sloeg zijn armen over elkaar. ‘Ik ben blij dat je het belangrijkste het eerst noemt. Hij is duidelijk de ware.’
‘Als jij zulke ouders had als ik, zou je ook niet in de “de ware” geloven,’ antwoordde ik. ‘Nou, nog een rondje van die smerige witte huiswijn?’
Ik draaide me met een ruk om en ging op weg naar de bar, terwijl ik probeerde mezelf in bedwang te houden. Er was een reden voor waarom Matthew zo onnodig emo werd, dus ik moest het loslaten. Behalve het feit dat hij zich om me bekommerde, had zijn ‘zielsverwant’ Stephen hem een halfjaar geleden verlaten voor een vierentwintigjarig ondergoedmodel, en daar was hij nog lang niet overheen. Ik had nog nooit zo’n pijnlijke relatiebreuk gezien en deed dan ook altijd mijn best om de onderwerpen Stephen, fotomodellen en ondergoed te mijden. Waardoor onze conversatie vanavond een beetje beperkt was geworden. Het was niet zo dat hij het niet over hem wilde hebben, maar steeds als hij dat deed werd hij een paar uur volkomen apathisch en drie dagen later kreeg ik dan een telefoontje om me te vertellen dat hij wakker was geworden in Mexico en of ik zijn kat eten wilde geven. Althans, toen hij nog een kat had. Het heerlijke bestaan van een voormalige steward die er nu een flinke erfenis doorheen joeg. De meeste mensen die ik kende gingen na een relatiebreuk stappen, werden dronken en werden wakker in een nachtbus in Peckham. Matthew werd dronken, ging naar Heathrow, stapte in een vliegtuig en werd wakker in Rio. Met ene José. We wisten nog steeds niet veel over José, maar ze waren vrienden op Facebook, dus dat was leuk.
Ik wurmde me als een slang door het toenemende aantal lichamen op de dansvloer heen en kwam weer boven bij de bar. Ik deed mijn bestelling en draaide me om naar mijn vrienden, die nu wild naar elkaar stonden te gebaren en te kakelen. De harde woorden waren vergeten. Ik was er doodmoe van. Maar ik zou niet weten wat ik zonder hen moest.
‘Alles goed, zusje?’ Paul stond naast me, knipoogde naar het meisje achter de bar en begon al aan zijn biertje voordat ik mijn mond open had kunnen doen. ‘Emelie ziet er top uit vanavond.’
‘Bespaar je de moeite.’ Ik bestelde een fles wijn en keek hem zo streng mogelijk aan. ‘Zijn er geen andere kandidaten die vanavond naar je gunsten dingen, wat die ook mogen zijn?’
‘Jezus, nou. Tientallen.’ Hij draaide zich om en leunde tegen de bar. ‘Maar geen van hen zou jou zo pissig maken, toch?’
‘Wat ben jij toch leuk.’ Ik pakte de fles en liep terug naar het tafeltje. Met Paul op mijn hielen.
‘Matthew,’ groette hij, voordat hij zich vlak naast Emelie liet neervallen. ‘Em.’
Ik deed voor mijn eigen gemoedsrust net alsof ik niet zag dat ze bloosde.
‘En, waarom zitten jullie nog?’ vroeg Paul. ‘Die dj is fantastisch.’
‘We waren net bezig je zus aan therapie te onderwerpen.’ Matthew nam de wijnfles van me aan en vulde alle glazen. Ach, wat een geweldige Britse gewoonte om je op vrijdagavond lam te zuipen. ‘Dat is een ernstige aangelegenheid, weet je.’
‘Ze luistert toch niet,’ reageerde hij. ‘Bespaar je de moeite.’
‘Rach.’ Emelie had haar blik net lang genoeg van mijn broertje los kunnen weken om te zien dat Simon binnenkwam. Ik zag hem vanaf de deur recht op de bar afstevenen, met een groepje mensen die ik niet kende.
Simon. Mijn Simon.
Ik kon niet geloven dat ik hem vier weken geleden voor het laatst had gezien. Ik had voor een deel het gevoel dat hij me vanochtend op weg naar buiten nog op mijn voorhoofd had gekust en voor een ander deel dat ik naar een volslagen vreemde keek. Hij droeg nog steeds die fijne combi van spijkerbroek en shirt die hij op een doorsnee vrijdag altijd naar zijn werk aanhad. Als hij had overgewerkt, zou hij nu aan een borrel toe zijn. Waarschijnlijk whisky-cola, ook al wist ik dat hij eigenlijk een Malibu met limonade wilde. Gezien zijn afhangende schouders en enigszins wankele loop leek het erop dat hij al een paar drankjes achter zijn kiezen had. Hij zag er moe uit. Het deed pijn in mijn hart dat ik niet naar hem toe kon gaan om hem een kus te geven. Maar dat hoorde niet bij mijn plan.
Als ik hier aan een tafeltje met een glas wijn zat te mokken, zou ik hem niet terugkrijgen. Ik dwong me tot een glimlach die ik voor mijn gevoel al eeuwen niet had geproduceerd en greep Em bij de arm. ‘Kom mee, ik wil dat Simon denkt dat we ons vermaken.’
‘Bestaat er een kans dat we ons echt vermaken?’ vroeg ze. ‘Want dat is waarschijnlijk geloofwaardiger dan doen alsof.’
‘Ga nou maar mee dansen.’ Ik klemde mijn zwartleren tasje onder mijn arm en trok haar mee de dansvloer op. Matthew en Paul kwamen achter ons aan. Matthew liet nooit een kans voorbijgaan om te dansen en Paul dacht waarschijnlijk dat hij de gelegenheid te baat moest nemen om Emelie een beetje te bepotelen. Zolang Smokey Robinson uit de speakers schalde, was praten geen optie, dus sloot ik mijn ogen en begon te dansen, in de hoop dat Simon keek. Na een decennium samen gedanst te hebben, voelde ik Matthew en Emelie zonder dat ik mijn ogen open hoefde te doen. Em leunde tegen mijn rug aan, deels in een poging er sexy uit te zien en deels omdat ze al te dronken was om zonder steun overeind te blijven. Matthew naast me had waarschijnlijk zijn handen in de lucht geworpen, luid zingend, terwijl zijn snelle voetenwerk verloren ging in het gedrang. Ik voelde Em wegglijden en een paar mannenhanden sloten zich om mijn middel. Ik boog mijn hoofd en lachte in mezelf, omdat ik niet wilde dat iemand het zag, en liet me tegen Simons borst aan vallen.
‘Hoi.’
Natuurlijk was het Simon niet. Het was een volslagen onbekende man. En niet een door wie je aangeraakt wilde worden. Ik bleef ineens staan en gaf hem nog net de kans om me rond te draaien en laag over de dansvloer te laten zwieren. Emelie en Matthew waren te druk bezig met hun eigen danspassen om het te zien, en mijn broer had de officiële tactiek ‘wat ik niet zie, gebeurt niet’ aangenomen, zoals gebruikelijk wanneer iemand je zusje probeert te versieren.
‘Jemig, laat los.’ Ik probeerde me los te wurmen, maar mijn belager was waarschijnlijk bijna dertig centimeter langer dan ik. En dertig kilo zwaarder. Hij tilde me doodleuk op en hield me in de lucht. Ik zette mijn handen op zijn schouders om mijn evenwicht niet te verliezen toen mijn schoenen van mijn voeten gleden. Wat me er niet van weerhield hem een schop toe te dienen die bijzonder pijnlijk had kunnen zijn als hij vijf centimeter verder naar links was terechtgekomen.
‘Ik dacht het niet.’ Ik haalde uit en gaf hem een klap midden in zijn gezicht. Te verwachten, gezien het feit dat ik hem in zijn kruis had gemist. Nog een goede reden waarom ik er niets voor voelde om met Simon te breken.
Toen ik me bukte om mijn schoenen te pakken, negeerde ik het ‘ooh’ dat overal om me heen klonk en baande me een weg naar de bar, net op tijd om te zien dat Simon de trap op liep, richting straat.
‘Simon!’ riep ik keihard, en intussen probeerde ik mijn schoenen aan te trekken voor ik naar buiten ging. ‘Simon, wacht!’
‘Rachel?’
Ik draaide me vliegensvlug om en zag dat Simon een sigaret aannam van een man die ik niet kende, in het rokershoekje op straat. Hij leek verbaasd me te zien. En hij keek ook een beetje alsof hij door een leraar was betrapt achter het fietsenhok. Niet de reactie waarop ik had gehoopt.
‘Simon,’ zei ik, en ik staarde hem aan terwijl hij probeerde zijn sigaret achter zijn rug te verbergen. ‘Je rookt.’
‘Eh, nee hoor, nou ja, eentje dan.’ Hij zwaaide met de Marlboro Light alsof het een toverstafje was. ‘Ik heb echt een klotedag gehad. Was jij binnen?’
‘Heb je me dan niet gezien?’ vroeg ik, en ik sloeg mijn armen om mijn bovenlichaam. Het was een beetje te koud buiten zonder jas. ‘Heb je ons niet zien dansen?’
‘Dansen?’ Simon keek verward. ‘Met wie?’
‘Niemand, met helemaal niemand,’ zei ik, en ik deed een stap naar hem toe. ‘Met Matthew en Emelie. En Paul.’
Hij deed een stap naar achteren. ‘O. Ik wist niet dat jullie er zouden zijn.’
Ik bleef staan en keek hem even aan. Zo ging het niet goed. Hiervoor had ik niet mijn mooiste lingerie aangetrokken. Hiervoor had ik niet de lijdensweg van een bikiniwax ondergaan.
‘Simon, kunnen we even praten?’ vroeg ik en ik deed nog een stap in zijn richting.
‘Kan het niet morgen?’ stelde hij voor. ‘Ik weet dat we moeten praten, maar ik heb vandaag zo’n klotedag gehad en het was zo druk en…’
‘Ik heb je vier weken niet gezien.’ Ik dempte mijn stem en sprak zo zacht mogelijk. ‘Heb je misschien vijf minuten voor me?’
‘Tja, weet je, ik geloof dat we net weggaan, Marks vrienden zijn ergens anders en daar gaan we waarschijnlijk ook naartoe…’ Zijn stem stierf weg toen hij omkeek naar iemand die Mark heette en die mijn blik nog steeds ontweek. Mark, wie dat ook was.
‘Ik heb maar een minuutje nodig,’ zei ik, en ik probeerde me te herinneren wat ik wilde zeggen. ‘Ik wil met je praten over die pauze. Ik vind dat het lang genoeg heeft geduurd.’
‘O.’ Hij liet de sigaret vallen en trapte hem uit. ‘O, oké. Laten we er dan een punt achter zetten.’
Er een punt achter zetten?
Voordat ik kon overgaan op het volgende deel, liep hij naar me toe, sloeg zijn arm om me heen en loodste me mee naar de hekken aan de overkant.
‘Sorry dat ik me niet heb laten zien.’ Hij liet zijn hand even op mijn schouder liggen voordat hij hem bekeek, weghaalde en diep in zijn zak stak. ‘Ik wilde wel praten, maar het is zo’n gekkenhuis geweest. Op het werk moet ik een nieuwe assistent inwerken die er niks van bakt en dan was er nog dat vrijgezellenweekend en, sorry, ik hou mijn mond. Vertel.’
‘Jij wilde praten?’ vroeg ik, en ik wilde dat ik lipbalsem had opgedaan voordat ik naar buiten ging. Vanuit mijn ooghoek zag ik Matthew zijn hoofd om de deur steken, en toen hij me had gespot weer snel verdwijnen. ‘Ik wilde ook praten.’
‘Ja?’ Simon keek niet erg gelukkig. ‘Ik dacht dat het na een tijdje afstand gemakkelijker zou worden. Maar dat is niet zo, hè?’
‘Wat is niet zo?’ Ik wreef mijn armen. Het was echt koud en de vulling van mijn beha was niet opgewassen tegen zulke lage temperaturen. ‘Luister Siem, zoals ik al zei: ik heb al sinds je vertrek met je willen praten. Ik denk dat die pauze heel goed is geweest en het was ook goed om wat ruimte te hebben, maar nu ben ik er klaar mee. Met dat pauzegedoe.’
‘Oké. Goed. Oké.’ Hij zocht in zijn zak naar zijn sigaretten. ‘Heb je een ander?’
‘Heb ik wat?’ Ik schoof mijn haar weer naar achteren en probeerde geen acht te slaan op Matthew, die aan de overkant naar me stond te gebaren het weer naar voren te halen. ‘Waarom zou ik een ander…? Hoor eens, Simon, ik heb het gewoon gehad met die pauze. Ik wil gewoon dat alles weer zoals eerst wordt.’
Simon stak nog een sigaret op en keek naar de grond. ‘Sorry Rach, ik heb een paar drankjes op, ik volg je niet. Wat zeg je?’
‘Ik wil geen pauze meer.’ Ik stak mijn arm uit en haalde het pakje sigaretten uit zijn hand. ‘Wil je me alsjeblieft aankijken?’
Hij inhaleerde diep en blies hoofdschuddend een lange wolk grijze rook uit. Ik deed een stap naar hem toe tot we neus aan neus stonden, legde mijn lege hand op zijn arm, en trok de sigaret uit zijn mond.
‘Simon, je rookt niet.’
‘Ik rookte wel voordat wij iets kregen’ zei hij zacht.
‘We hebben al vijf jaar een relatie,’ antwoordde ik even zachtjes, maar desondanks zag ik aan de overkant een klein groepje toehoorders met gespitste oren staan.
Ineens kreeg ik het gevoel dat ons gesprek door iedereen te volgen was.
‘Vijf jaar is een hele tijd.’ Simon trok zijn arm los, deed een stap naar achteren en nam nog een haal. ‘En ik wil ook geen pauze meer. Dus we zijn het erover eens dat die pauze niet werkt.’
‘Simon, ik volg je echt niet.’ Ik wist het niet meer. Dit ging echt totaal anders dan mijn bedoeling was geweest. We zouden nu in een onbehoorlijke houding achter in een taxi moeten zitten, en niet midden op straat moeten staan, terwijl Matthew deed alsof hij niet vanuit de deuropening van de pub stond toe te kijken. En ja hoor, daar was Em ook. Fantastisch. Paul was in elk geval beneden gebleven – o nee, wacht, daar stond hij. Dat ontbrak er nog maar aan.
‘Ik weet dat ik deze hele toestand niet zo goed heb aangepakt, maar ik wil het niet nog moeilijker maken dan het is.’ Simon haalde zijn schouders op. ‘Het is voor mij ook niet gemakkelijk geweest, weet je.’
‘Waar heb je het over?’ Ik greep zijn arm stevig beet en bracht mijn gezicht zo dicht bij het zijne als menselijkerwijs uit te houden was, gezien zijn sigarettenadem. Dit moest verleidelijk zijn, niet verwarrend en akelig. ‘Kunnen we niet gewoon naar huis?’
‘Ik kom niet naar huis.’ Hij schudde mijn arm af en deed een stap naar achteren. ‘Dit is geen pauze meer, Rachel.’
Simon zag er bleek en vreemd uit en de kou telde niet meer.
‘Ik wil geen pauze omdat ik met jou wil zijn,’ zei ik zachtjes terwijl ik naar zijn schoenen staarde. ‘Het is maar een pauze. We zijn niet… we zijn niet echt uit elkaar.’
Hij zei helemaal niets. Ik zei ook niets. Aan de overkant hoorde ik mensen praten, lachen, een paar huizen verderop hoorde ik er zelfs een paar schreeuwen, maar het leek alsof het mijlenver was. Ik hoestte, gewoon om te controleren of ik nog geluid kon voortbrengen.
‘Simon, ik hou van je.’
Stilte.
‘Simon?’
Nog steeds stilte.
Ik perste mijn lippen op elkaar om de tranen tegen te houden die in mijn ooghoeken prikten, waardoor de felrode brievenbus naast me in een rood waas veranderde.
‘Simon, toe nou.’ Ik probeerde mijn stem gedempt te houden maar ik had al genoeg moeite om de woorden uit mijn keel te wringen. ‘Je bent mijn vriend.’
Simon nam een laatste haal, liet de peuk op de grond vallen en trapte hem op het trottoir uit met een bruinleren schoen die ik niet kende. Hij keek omhoog naar de hemel en blies luidruchtig uit.
‘Je bent niet de ware.’
Ik sloeg mijn armen strak om me heen en drukte mijn nagels in mijn blote armen.
‘Het spijt me, Rachel,’ zei hij en hij keek snel weer naar de straat. Overal, behalve naar mij. ‘Ik verspil je tijd. Jij bent niet de ware voor me.’
‘Ik ben niet…’ Ik schraapte mijn keel en begon opnieuw. ‘Ik ben niet de ware?’
‘Nee,’ antwoordde Simon.
‘Is iemand anders de ware?’ vroeg ik, bang voor het antwoord. ‘Ben je… Is er…?’
‘Nee,’ zei hij, en eindelijk vestigde hij zijn blik ergens rechts van mijn neus. Nog steeds niet echt in mijn ogen. ‘Eerlijk waar. Ik heb erover nagedacht en ik geef om je, heus, maar je bent niet de ware. We gaan dit niet samen volhouden.’
‘Is er een bepaalde reden?’ Ik kon mijn oren niet geloven. ‘Heb ik iets verkeerd gedaan?’
‘Je hebt niets verkeerd gedaan.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Ik werd gewoon op een dag wakker en toen wist ik het. Ik dacht dat een pauze zou helpen maar…’
‘Je dacht dat een pauze gemakkelijker zou zijn dan het rechtstreeks uitmaken,’ corrigeerde ik hem. ‘En dat ik het dan wel zou begrijpen of zo?’
‘Het spijt me. Ik heb het niet zo goed aangepakt.’ Hij zocht weer in zijn zak naar een sigaret maar hij had het pakje nog vast. In een opwelling sloeg ik ze uit zijn hand, onder een auto. ‘Rachel, ik wil gewoon… Ik ben… Jezus, wat een ellende. Ik zal altijd van je blijven houden, ik ben alleen niet… je weet wel.’
‘Ik weet niets.’ Ik schudde mijn hoofd en voelde mijn haar op mijn schouders vallen. ‘Ik hou namelijk van je.’
‘Jezus, Rach.’ Simon stak een arm uit naar mijn blote schouder en legde zijn hand op mijn huid. Het had warm en geruststellend moeten voelen, maar het was alsof ik door een wesp werd gestoken. ‘Het spijt me.’ Hij trok zijn hand terug en stak hem weer in zijn lege zak.
Ik stapte naar achteren en knipperde tot de tranen over mijn wangen biggelden. Ik had in elk geval geen mascara gebruikt. Er is niets zieligers dan een meisje met van die pandaogen. Ik keek naar hem. Zijn korte, donkerblonde haar leek donkerder in het licht van de lantaarn en zijn ogen waren roodomrand en keken moe. Het was zo vreemd om naar zijn lippen te kijken. En tot me te laten doordringen dat ik die nooit meer zou kussen. Ze waren buiten bereik. Hij was buiten bereik. Niet langer van mij. Ik deed nog een stap naar achteren zodat ik hem in zijn geheel kon opnemen. Mijn een meter tachtig lange ex-vriend. Ex. Dat klonk afschuwelijk. Dit was niet mijn Simon; dit was een vreemde. Ik deed nog een stap naar achteren, en struikelde van de stoeprand de weg op.
‘Rachel!’ schreeuwde iemand keihard en ik draaide me net op tijd om om een zwarte taxi toeterend rakelings langs me te zien zoeven terwijl de chauffeur ‘stomme doos’ uit het raampje riep. Ook al stond ik nog steeds op de weg, mijn benen wilden niet lopen. Daarom ging ik maar zitten. Het leek me een verstandig idee.
‘Rachel,’ zei een andere stem, deze keer zachter maar dichterbij. Ik voelde armen om me heen die me overeind trokken voordat ik harde stemmen en geharrewar achter me hoorde.
‘Zet haar in een taxi,’ commandeerde Matthew. ‘Ik los het wel op met die twee hier.’
Ik had meer belangstelling voor mijn schoenen. Ik was dol op die schoenen. Hoe lang had Simon die bruine schoenen al? Hoe was het mogelijk dat ik ze nooit eerder had gezien? Hij had ze waarschijnlijk net gekocht – alleen een jongen ging op vrijdagavond op nieuwe schoenen dansen zonder te weten of ze pijn zouden doen. Wat natuurlijk het geval was: nieuwe schoenen doen in het begin altijd pijn.
‘Rachel, is alles goed met je?’ Emelie.
Ik knikte.
‘Matthew en ik gaan met je mee naar huis.’ Haar stem kwam van ergens boven me maar drong niet echt tot me door.
Ik schudde mijn hoofd.
‘Jawel.’
‘Nee,’ zei ik resoluut. ‘Ik wil gewoon naar huis en slapen. Echt. Kom morgenochtend maar. Morgenochtend heb ik jullie nodig.’
‘Ik denk toch echt dat we met je mee moeten gaan, alleen ik of alleen Matthew, wat je maar wilt. Geen discussie mogelijk.’
Ik schudde opnieuw mijn hoofd en strekte mijn arm uit om een naderende taxi aan te houden. ‘Ik red me wel.’
Voordat ze iets kon doen, rukte ik me los en opende het portier van de taxi, dat ik daarna met een klap achter me liet dichtvallen, waarbij het tegen mijn knie aan sloeg. Ik voelde het niet eens.
‘Naar Amwell Street, Islington.’ Ik boog me naar voren totdat ik de chauffeur zag knikken en liet me achterovervallen toen hij keerde. Door het raam zag ik Emelie haar handen in de lucht gooien naar Matthew, die zijn eigen handen voor zijn gezicht had geslagen. Achter hen stond Paul met zijn hand over zijn neus, maar Simon zag ik niet. Totdat we voor een rood licht stilstonden. Toen zag ik hem ineens. Op de grond aan Pauls voeten, met de Onbekende Mark naast hem.
Tja…